3 . .

Transmissie techniek






3.1. Inleiding
Er zijn drie verschillende transmissie technieken bij PROFIBUS mogelijk; RS485, glasvezel of IEC 1158-2.
Welke toegepast wordt is afhankelijk van de benodigde betrouwbaarheid, de te overbruggen afstand en de gewenste transmissie snelheid.





3.2 RS485 voor PROFIBUS-DP en PROFIBUS-FMS.
Deze wordt in de praktijk het meest toegepast. De eigenschappen zijn:

- hoge transmissie snelheid (9,6 Kbit/s - 12 Mbit/s);
- maximale afstand afhankelijk van de snelheid zie tabel;
Baudrate (Kbit/s) Segment met stations(m) Koppelsegment zonder stations(m)
9,6 1200 3300
19,2 1200 2800
93,75 1200 2000
187,5 1000 1600
500 400 1200
1500 200 400
12000 100
Deze tabel is gebaseerd op een kabel met de volgende eigenschappen:
impedantie: 135-165 ohm draad diameter: 0,64 mm
capaciteit: < 30 pF/m draad doorsnede: >0,34 mm2
kring weerstand: 110 ohm/km



- een simpele kabel, namelijk afgeschermd getwist paar.
De afscherming is nodig in gebieden met elektromagnetische storingen. De afscherming moet aan beide uiteinden van de kabel geaard worden.
Is er geen EM storing dan kan de afscherming zelfs vervallen;

- stations kunnen geplaatst of verwijderd worden zonder invloed op de andere stations;
- 32 stations (masters of slaves) in één segment, met repeaters maximaal 127 stations;
- de stations worden bij voorkeur aangesloten met een 9 pens D sub connector.
- actieve bus afsluitingen aan beide einden van de bus.







3.3 Glasvezel
Glasvezel kabels worden voor PROFIBUS gebruikt:

- in omgevingen met grote elektromagnetische storingen, of
- als er een grote afstand overbrugd moet worden.

Er zijn twee soorten glasvezel:

- goedkope plastic fiber, voor afstanden tot 50 m
- glas fiber, voor afstanden tot 1 km.


Het is eenvoudig om van RS485 naar glasvezel en omgekeerd over te gaan. Veel fabrikanten leveren daarvoor namelijk speciale bus connectors.





3.4. IEC 1158-2 voor PROFIBUS-PA
Transmissie kabels die aan de IEC 1158-2 voldoen zijn geschikt voor gebruik in intrinsiek-veilige gebieden. Dit wordt vereist in de (petro)chemische industrie. Bovendien kunnen de veld apparaten (opnemers, enzovoorts) via deze kabel gevoed worden. Veld apparaten met een eigen voeding mogen alleen worden gebruikt als ze zijn geïsoleerd volgens EN 50020.



De eigenschappen van IEC 1158-2 zijn:

- elk segment heeft slechts één voeding;
- er staat geen voeding op de bus als een station aan het zenden is;
- elk veld apparaat gebruikt in rust een constante basis stroom van tenminste 10 mA;
- het veld apparaat moduleert tijdens het zenden +/- 9 mA op de basis stroom;
- de veld apparaten gedragen zich als passieve stroom gebruikers;
- passieve bus afsluitingen aan beide einden van de bus, zie figuur hiernaast;
- lineaire, boom en ster netwerken zijn mogelijk;
- er kan een redundante bus worden aangelegd om de betrouwbaarheid te vergroten;
- De overgang van RS485 naar IEC 1158-2 gaat via een segment coupler. Deze past de signalen van RS485 en IEC 1158-2 aan elkaar aan en voedt bovendien het IEC 1158-2 segment.



Verdere eigenschappen zijn:

Data transmissie digitale, bit synchroon, Manchester codering
Transmissie snelheid 31,25 Kbit/s, spannings mode
Data veiligheid preamble foutloze start en eind aanduiding
Aantal stations tot 32 per segment, totaal maximaal 126
Repeaters maximaal 4 repeaters



Voor de PROFIBUS-PA wordt kabel met de volgende eigenschappen aanbevolen:

Kabel soort afgeschermd getwist paar
Draad doorsnede 0,8 mm2 (AWG18)
Kring weerstand 44 ohm/km
Impedantie bij 31,25 KHz 100 ohm ±20%
Verzwakking bij 39 KHz 3 dB/km
Capacitieve asymmetrie 2 nF/km



Het aantal stations dat in een segment kan worden aangesloten is maximaal 32. Dit aantal moet verder omlaag als het vermogen van de voeding van het segment beperkt is in verband met de explosie bescherming eisen van het gebied waarin de PROFIBUS-PA ligt.

Type Toepassings Gebied Voedings spanning Maximale voedingsstroom Maximaal vermogen Aantal stations
I Eex ia/ib IIC 13,5 V 110 mA 1.8 W 8
II Eex ib IIC 13,5 V 110 mA 1.8 W 8
III Eex ib IIB 13,5 V 250 mA 4,2 W 22
IV niet intrinsiek-veilig 24 V 500 mA 12 W 32


Hierbij wordt er van uitgegaan dat een station 10 mA gebruikt. Als dat meer is kunnen er nog minder stations geplaatst worden.