1 . .
Introductie






1.1. Inleiding
PROFIBUS is in Europa het meest gebruikte open veldbus systeem. Het systeem is gestandaardiseerd in de EN50170 (EN=Europese Norm). PROFIBUS is ook beschreven in de Duitse norm DIN19245.
Daardoor kunnen componenten van verschillende fabrikaten, mits ze aan EN50170 voldoen, door elkaar heen worden gebruikt.
Er zijn drie PROFIBUS versies, DP, FMS en PA.

PROFIBUS-DP (Decentral Periphery):
Heeft een hoge snelheid en lage aansluitkosten. Is bedoeld voor communicatie tussen geautomatiseerde procesbesturingssystemen (zoals PLC's) en de in het proces verspreidde in- en uitgangen (ook wel decentrale periferie genaamd).

PROFIBUS-FMS (Fieldbus Message Specification):
Is ontworpen voor de communicatie tussen PLC's, PC's, enzovoorts onderling.

PROFIBUS-PA (Proces Automation):
Speciaal ontworpen voor de procesautomatisering. Communiceert met sensoren (opnemers) en actuatoren (kleppen, enz.) ook in intrinsiek-veilige gebieden.
Het is mogelijk om zowel de gegevens als de voeding over twee draden te transporteren (volgens IEC 1158-2).







1.2 Stations:
PROFIBUS werkt met twee soorten stations:

- actieve, ook wel masters genoemd. Dit zijn PLC's, PC's, enzovoorts.

- passieve, de slaves. Hieronder vallen in- en uitgangseenheden, opnemers, kleppen, aandrijvingen, gateway's naar andere bussystemen enzovoorts.




Er kunnen meerdere masters zijn die om de beurt de communicatie op de PROFIBUS besturen. Zij geven hiertoe de zogenaamde token aan elkaar door (vergelijkbaar met een estafettestokje). Binnen een te configureren tijd hebben alle masters de token een keer gehad.
De master die de token heeft kan:

- een gegeven naar een slave sturen, bijvoorbeeld: klep 65 % open, of
- een gegeven opvragen aan een slave, bijvoorbeeld: hoe hoog is de druk.
- communiceren met een andere master. hij krijgt dan antwoord als die andere master de token heeft.


De slave kan alleen:

- bevestigen aan de master dat hij een sturing heeft ontvangen, of
- een opgevraagde waarde aan de master doorgeven.


Een slave kan dus nooit zelf beginnen met communiceren.
Een master kan alleen beginnen met communiceren als hij de token heeft.





1.3 Segmenten:
De stations worden aangesloten op segmenten.
Zogenaamde repeaters kunnen meerdere segmenten aan elkaar koppelen.
Een segment zonder stations heet koppelsegment.