![]() |
2 . | De systeemcomponenten |
Het Nikobus-systeem is opgebouwd uit twee basiscomponenten:
-
Nikobus-drukknoppen.
-
Intelligente schakel- en rolluikmodules (met microprocessor-techniek).
Verder is het mogelijk om allerlei externe sensoren aan te sluiten via een speciale interfacemodule. Hierbij kan gedacht worden aan; bewegingsmelders; deur- en raamcontacten; schemerschakelaars; tijdschakelaars; thermostaten; winddetectoren; glasbreukmelders; enz.
De verbinding tussen de schakel- en rolluikmodule en de Nikobus-drukknoppen bestaat uit een twee-aderige leiding, de Nikobus. Deze Nikobus-bedrading is galvanisch gescheiden van het 230 V
net en werkt op een veilige lage spanning. (SELV-keten volgens NEN 1010)
Iedere verbruiker, die door de schakel- en/of rolluikmodule geschakeld wordt, is met een schakeldraad op deze module aangesloten. Bij woonhuisinstallaties is het gebruikelijk dat deze schakel- en/of rolluikmodule in de meterkast geplaatst wordt, eventueel geïntegreerd in een schakel- en verdeelinrichting (groepenkast). Bij grotere installaties met meerdere schakelmodulen kan gekozen worden voor een decentrale opstelling van de schakel- en rolluikmodules.
De bedrading naar de verbruikers wordt dan ook zeker niet minder dan bij een gewone installatie. Het enige verschil is dat de schakelaars (Nikobus-drukknoppen) aangesloten worden via een twee-aderige zwakstroomkabel die door gelust kan worden. (van drukknop naar drukknop)

Fig. 3 schematisch overzicht van een Nikobus installatie
2.1 De schakelmodule
a
Algemene informatie
De schakelmodule schakelt en stuurt via relaiscontacten wandcontactdozen en andere elektrische verbruikers. Ook kan de schakelmodule bestaande Niko moduuldimmers aansturen. De schakelmodule past in iedere modulaire verdeelkast uitgevoerd met DIN-rail en neemt een breedte van 14 modules in beslag.

Fig. 4 De schakelmodule
De schakelmodule bestaat uit:
-
een galvanisch gescheiden voeding voor eigen gebruik.
-
een specifieke uitgang voor de busleiding.
-
een onverliesbaar geheugen (EEPROM).
-
insteltoetsen.
-
een microprocessor.
-
een ledinterface met leds voor alle functies.
-
relais.
De 12 schakelcontacten van de schakelmodule zijn verdeeld over 2 gescheiden groepen (iedere groep 6 contacten). Hierdoor kunnen de verbruikers van één schakelmodule over twee eindgroepen verdeeld worden.
Indien er meer uitgangscontacten nodig zijn , kunnen verschillende modules op de busleiding parallel geschakeld worden. Eén van de modules neemt dan de stroomtoevoer van de bus op zich, de anderen schakelen hun voeding uit. Dit gebeurt automatisch.
Elke module heeft de mogelijkheid om de stand van de uitgangen 10, 11 en 12 zichtbaar te maken met behulp van een LED in de drukknop. Hiervoor is wel een extra voeding en extra bedrading vereist.
Per module kunnen er 256 sensoren aangesloten worden.
Door middel van LED's en een geluidssignaal wordt het programmeren vergemakkelijkt. Er is een LED-indicatie voor iedere uitgang, voor het instellen van de juiste schakelmethode (mode), voor de voeding en voor de bus. Er zijn verschillende geluidssignalen voor het programmeren van de juiste schakelmethode (programmeermode) en voor de herkenning van een sensor.
Het geheugen behoud haar informatie ook bij spanningsuitval. Het geheugen is ook steeds herprogrammeerbaar.
Ook is het geheugen uitwisbaar, zonder de module te openen. Men kan dus een module volledig programmeren, het geheugen eruit nemen en dit in een andere module plaatsen. Deze nieuwe module neemt dan vanzelf alle geprogrammeerde functies over.
Door deze verplaatsbare geheugens hoeft het programmeren van de modules niet ter plaatse te gebeuren. Alle instellingen kunnen rustig in de eigen werkplaats gemaakt worden, zodat ter plaatse enkel het geheugen geplaatst hoeft te worden.
b
Technische gegevens
Omgevingstemperatuur
0º tot 50º C
Voeding schakelmodule:
2 klemmen230V/5W
per klem max. 4 x 1,5 mm2 of 2 x 2,5 mm2
Netaansluiting schakelcontacten:
2 x 2 klemmen230V/10A
per klem max.4 x 1,5 mm2 of 2 x 2,5 mm2
Uitgangen:
2 x 8 klemmen230V/10A, 2 x 6 uitgangen
per klem max. 4 x 1,5 mm2 of 2 x 2,5 mm2
Busaansluiting:
2 klemmen9 Vdc (SELV-keten, lage veilige spanning)
per klem max. 2 x 1,5 mm2
Uitgang voor terugmeldingsLED in drukknoppen
c
Verschillende schakelfuncties (modes)
De schakelmodule heeft acht verschillende schakelfuncties waaruit, bij het programmeren van de installatie, gekozen kan worden. Deze schakelfuncties zijn aangeduid met m1 t/m m8
Het programmeren van de schakelmodule gaat vrij eenvoudig en gebeurt met behulp van een schroevedraaier en de drukknoppen op de module. Welke handelingen er precies nodig zijn wordt verderop in hoofdstuk 3 behandeld.
na verloop van bepaalde tijd: uit (b.v. trappenautomaat) na verloop van bepaalde tijd: aan (b.v. actievertraging) uitschakelen met m3
Programmeren schakelmodule
mode
functie
omschrijving
bediening
m1
aan / uit
boven: aan, onder: uit
tweeknops
m2
aan
steeds aan (centrale functies)
eenknops
m3
uit
steeds uit (centrale functies)
eenknops
m4
drukknop
aan zolang er geduwd wordt
(b.v. belknop of dimmeraansturing)eenknops
m5
impuls
puls aan / puls uit
(b.v. impulsrelais)eenknops
m6
vertraagd afvallend
drukken: aan
eenknops
m7
vertraagd opkomend
drukken:
eenknops
m8
knipperen
drukken: aan/uit/aan/uit/aan/.......
eenknops
De tijden die bij mode m6 en m7 ingesteld kunnen worden variëren van 10 sec. tot 2 uur en zijn instelbaar met de draaibare tijdschakelaar. Deze tijdschakelaar heeft 16 standen:
0
=
10 sec.
8
=
8 min.
1
=
1 min.
9
=
9 min.
2
=
2 min.
A
=
15 min.
3
=
3 min.
B
=
30 min.
4
=
4 min.
C
=
45 min.
5
=
5 min.
D
=
60 min.
6
=
6 min.
E
=
90 min.
7
=
7 min.
F
=
120 min.
2.2 De rolluikmodule
a
Algemene informatie
De rolluikmodule is bedoeld voor het aansturen van motor-aangedreven systemen zoals rolluiken en zonneweringen. De algemene principes van de rolluikmodule zijn bijna gelijk aan die van de schakelmodule. De rolluikmodule heeft andere schakelfuncties en tijdinstellingen, en zij heeft een elektrische vergrendeling van de uitgangscontacten. Bij het uitvallen en bij het herstellen van de stroom behouden de rolluiken hun positie. Dit gebeurd uit veiligheidsoverweging. Per draairichting van de motor is er 1 stuurcontact nodig hierdoor kunnen er maar 6 motoren op een rolluikmodule aangesloten worden. 
Fig. 4 De rolluikmodule
b
Verschillende schakelfuncties (modes)
De rolluikmodule heeft vijf verschillende schakelfuncties waaruit, bij het programmeren van de installatie, gekozen kan worden. Deze schakelfuncties zijn aangeduid met m1 t/m m5. Het programmeren van de rolluikmodule gaat vrij eenvoudig en gebeurt met behulp van een schroevedraaier en de drukknoppen op de module. Welke handelingen er precies nodig zijn wordt verderop in hoofdstuk 3 behandeld.
boven- of onder aan de knop onderaan de knop links onder: uit rechts boven: omhoog rechts onder: omlaag
Programmeren rolluikmodule
mode
functie
omschrijving
bediening
m1
open stop sluit
bovenaan de knop
tweeknops
m2
open
altijd open
eenknops
m3
sluit
altijd sluiten
eenknops
m4
stop
altijd stop
eenknops
m5
RF-bediening
links boven: aan
vierknops
De tweeknops bediening kan zowel met twee afzonderlijke drukknoppen als met één schakelknop met twee aparte functies voor boven en beneden.
Tijden
Het omkeren van draairichting tijdens draaien is mogelijk. Om te voorkomen dat een motor hierdoor te zwaar elektrisch en mechanisch belast wordt, is er een vaste omschakelvertraging aangebracht van 0,5 sec. Deze tijd is niet instelbaar.
Na het bedienen van de impulsdrukknop 'openen' of 'sluiten' blijft de motor een bepaalde ingestelde tijd draaien afhankelijk van de tijd die het rolluik nodig heeft om te openen of te sluiten. Deze tijd kan per uitgang met de tijdschakelaar ingesteld worden.
0
=
uitgeschakeld
8
=
18 sec.
1
=
0,4sec. (impulssturing)
9
=
20 sec.
2
=
6 sec.
A
=
25 sec.
3
=
8 sec.
B
=
30 sec.
4
=
10 sec.
C
=
40 sec.
5
=
12 sec.
D
=
50 sec.
6
=
14 sec.
E
=
60 sec.
7
=
16 sec.
F
=
90 sec.
De tijd om een rolluik te openen of te sluiten wordt iets groter dan de looptijd gekozen. De meeste rolluiken hebben een looptijd van max. 30 sec.
Een rolluik kan ook gedeeltelijk geopend of gesloten worden (proefondervindelijk bepalen). Ook kan het blijven draaien bij defecte eindschakelaars door deze tijdsinstelling beperkt worden. Deze tijdsfunctie kan bij alle modes gebruikt worden.
Extra mogelijkheden:
-
Met T2 in stand 0 kunnen motoren geschakeld worden die voor onbepaalde tijd moeten draaien zoals ventilatoren.
-
Wanneer systemen aangestuurd moeten worden die op een impuls werken moet T2 in stand 1 worden gezet.
2.3 Busdrukknoppen
2.3.1 beschrijving
De busdrukknoppen lijken uiterlijk op gewone schakelaars maar zijn het echter niet. Onder het bedieningsplaatje (toets) van een busdrukknop bevinden zich twee kleine tiptoetsschakelaartjes, één voor boven drukken en één voor beneden drukken. Verder bevindt zich in de behuizing nog wat elektronica.
De busdrukknop kan dus gezien worden als een driestanden schakelaar met de standen boven, onder en neutraal (middenstand).
De busdrukknop werkt niet direct als schakelaar maar meer als informatiezender. Iedere keer dat de drukknop wordt bediend, wordt er over de bus een digitale code naar de schakel- en/of rolluikmodule gezonden. In deze module staat geprogrammeerd wat er moet gebeuren als dit signaal binnen komt. Om de verschillende busdrukknoppen te kunnen onderscheiden heeft iedere busdrukknop een eigen adrescode. Deze adrescode is niet te wijzigen en wordt er fabrieksmatig in geprogrammeerd. De adrescode bestaat uit een digitaal signaal van 22 + 2 bits, hiermee zijn meer dan 4 miljoen verschillende adressen te maken. De kans dat er twee drukknoppen met dezelfde adrescode in één installatie gemonteerd worden, is hierdoor zeer klein. Op de busdrukknoppen zelf behoeft dus niets geprogrammeerd of ingesteld te worden.
Er kan altijd maar één signaal tegelijk over de bus. Meerdere drukknopen tegelijk bedienen heeft geen zin. Alleen de drukknop die het eerste zijn signaal op de bus zet, zal reageren.
Wordt de busdrukknop langer dan 8 seconden ingedrukt, dan wordt het telegram vanzelf onderbroken en komt de bus weer vrij voor andere drukknoppen.
2.3.2 uitvoeringen
Er bestaan 3 basisuitvoeringen van de busdrukknop met 4 varianten in de toetsen.
busdrukknop met 2 bedieningsknoppen (voor één hele toets)

Fig. 6
busdrukknop met 2 bedieningsknoppen + LED (voor één hele toets met lensje)

Fig. 7
busdrukknop met 4 bedieningsknoppen (voor 2 halve toetsen of 2 halve toetsen met tekstveld)

Fig. 8
2.3.3 Monteren en aansluiten van de drukknoppen
Om de busdrukknoppen op een inbouwdoos te kunnen monteren zijn speciale muurprinten ontwikkeld. (Zie fig. 9) De muurprint bevat alle elektrische en mechanische voorzieningen, nodig om één of meer busdrukknoppen met de bus te verbinden en de telegrammen door te sturen. De muurprint wordt op de inbouwdoos voor schroefbevestiging geplaatst. Voor dozen zonder schroefbevestiging zijn speciale klemklauwen beschikbaar.
De muurprinten zijn in de volgende uitvoeringen leverbaar:
enkelvoudig
2 voudig 60 mm
3 voudig 60 mm
2 voudig 71 mm
3 voudig 71 mm
4 voudig 71 mm



Enige muurprinten
De busdrukknoppen zijn zo plat gemaakt dat ook voor meervoudige muurprinten maar één inbouwdoos nodig is. Vanuit de inbouwdoos kan naar keuze naar links, rechts, onder of boven gewerkt worden. Op de achterzijde van de muurprint bevindt zich een vierpolige printkroonsteen (2 voor Nikobus en 2 voor aansturen van de LED('s)). Deze kroonsteen valt bij het monteren in de inbouwdoos.
De busdrukknop wordt met één centrale schroef op de muurprint geschroefd. Contactveren op de achterkant van de busdrukknoppen zorgen voor de elektrische verbinding tussen muurprint en drukknoppen.

2.4 Het draadloos schakelsysteem (RF systeem)
Het draadloze schakelsysteem bestaat uit RF-hand of wandzenders en een ontvanger de z.g. RF-interface. Het Rf-systeem houdt in dat er op afstand bediend kan worden zonder tussenkomst van bedrading. De zender stuurt radiogolven naar de RF-interface, Doordat gebruik gemaakt wordt van radiogolven hoeft de zender tijdens het schakelen niet specifiek naar de ontvanger gericht te worden. Het is zelfs mogelijk door muren heen te schakelen.
Niet enkel lichtpunten kunnen op deze manier bedient worden, maar ook ventilatoren, rolluiken, enz. Het RF-systeem is uitermate geschikt voor specifieke toepassingen zoals renovatie van historische gebouwen waar geen leidingen in de muur gefreesd mogen worden of in kantoor omgevingen waar vaak wanden vaak verplaatst worden.
2.4.1 De modulaire RF-interface

Wanneer men afstandsbediening met NIKOBUS wil combineren, moet men gebruik maken van de RF-interface. Deze interface zorgt ervoor dat de radiosignalen die door de zender verstuurd worden omgezet worden in bustelegrammen.
De RF-interface heeft een modulaire uitvoering en kan in een (schakel)kast op een DIN-rail geplaatst worden. Voor een goede werking moet er op gelet worden dat de RF-interface niet in een metalen kast geplaatst wordt, ook mag de interface niet aan de rechterzijde van een schakel/rolluikmoduul of naast een beltrafo geplaatst worden. Dit in verband met het magnetische veld rond deze apparaten.
De RF-interface heeft 4 aansluitingen. Twee voor de buskabel en twee voor een 230V voeding. Het vermogen dat uit het net opgenomen wordt is heel gering (1W).
Het instellen van de gebeurt op dezelfde wijze als 'gewone drukknoppen'.
2.4.2 De RF-zender
De RF-zender is er in twee uitvoeringen:
- de schakelaaruitvoering
Deze zender heeft de vorm van een gewone schakelaar en kan op iedere willekeurige ondergrond geplaatst worden: niet enkel op wanden, maar ook op tafels, zuilen, enz. de zender wordt immers eenvoudig bevestigd met kleefband of met schroeven. Bovendien kan de zender steeds verplaatst worden, omdat er geen rekening gehouden hoeft te worden met bedrading.
Het zendbereik is ongeveer 20 meter.

De handzender

De handzender heeft 4 kanalen (4 numerieke toetsen), waarbij op elk kanaal maximaal 4 functies geprogrammeerd kunnen worden. dit geeft bij elkaar maximaal 4x4=16 schakelfuncties. Verder is de handzender voorzien van een controle-LED
Beide zenders worden gevoed door batterijen
2.5 Interfaces
Om conventionele sensoren en schakelaars zoals bewegingsmelders, raam- en deurcontacten, schemer- en tijdschakelaars, temperatuur- en winddetectoren, glasbreukmelders, enz. op de Nikobus aan te kunnen sluiten , zijn er verschillende interfaces beschikbaar.
Deze interfaces zetten een schakelimpuls van een contact om in een telegram. Dit telegram wordt dan op de bus verstuurd.
Er is zowel een inbouwinterface voor terugverende drukknoppen als voor schakelaars beschikbaar. Ook is er voor op een DIN-rail een modulaire interface beschikbaar.

2.5.1 De inbouwinterface voor drukknoppen
Deze interface zet externe, maak-contacten om in een Nikobus-telegram. Zolang het contact gesloten is, wordt het telegram op de bus verstuurd (max. 8 sec.).
Er zijn 2 ingangen waarop externe contacten (bv. drukknoppen) kunnen worden aangesloten en er is één uitgang voor de koppeling met de Nikobus. De voeding voor de elektronica in de interface wordt geleverd door de Nikobus.
2.5.2 De inbouwinterface voor schakelaars
Deze interface zet bistabiele contacten (twee vaste standen) om in een Nikobus-telegram. Wanneer het contact sluit, wordt de "ON-code" op de bus verstuurd (300 ms). Wanneer het contact opent, wordt de "OFF-code" (ook 300 ms) verstuurd. Tussen openen en sluiten moet minstens 200 ms rust zijn. Hierdoor is deze interface alleen geschikt voor toepassingen met een lage schakelfrequentie. Zeer snel achter elkaar in en uit schakelen is niet mogelijk.
Per interface is er één ingang voor een schakelcontact en één uitgang voor het bussignaal.
2.5.3 De modulaire interface
De modulaire interface heeft een DIN-rail bevestiging en is aan de zijkant voorzien van een
tien-polige connector. Deze tien-polige connector is een genormaliseerde aansluiting voor modulaire schakeltoestellen als schemerschakelaars en schakelklokken. Door deze connector kunnen er meerdere toestellen direct aan elkaar gekoppeld worden. Aan één modulaire interface kunnen maximaal 4 schakelfuncties gekoppeld worden: bv. 2 x schemerschakelaar en 1 x tweekanaalsklok (een schakelklok met twee gescheiden schakelfuncties).
2.6 vragen en opdrachten
1
Waarin verschilt het Nikobussysteem van andere systemen zoals EIB en Batibus?
2
De Nikobus-leiding mag gezien worden als een SELV-keten.
Zoek in de NEN 1010 op wat een SELV-keten is.
3
Noem enkele verschillen tussen een gewone installatie en een installatie uitgevoerd met Nikobus.
4
a Waaruit bestaat een schakelmodule?
b Hoeveel schakelcontacten heeft één schakelmodule en hoe zijn deze doorverbonden?
c welke mogelijkheid hebben de uitgangen 10, 11 en 12 die de andere niet hebben?
5
Hoeveel sensoren kunnen er maximaal per module aangesloten worden?
6
Noem enkele verschillen tussen de schakelmodule en de rolluikmodule.
7
Iedere busdrukknop wordt herkent door zijn adrescode. Wat weet je over de adrescode van een busdrukknop? Is deze adrescode ook te wijzigen?
8
Waarom wordt er voor een opstelling van drie busdrukknoppen naast elkaar toch maar één inbouwdoos gemonteerd?
9
Omschrijf de mogelijkheden van het RF-systeem. Geef ook enkele praktijkvoorbeelden waar dit systeem uitermate geschikt voor is.
10
Waar wordt een inbouwinterface voor toegepast?
11
Geef het verschil tussen een interface voor drukknoppen en een interface voor schakelaars.
12
Noem enkele schakeltoestellen die via een modulaire interface op een Nikobus aangesloten kunnen worden.
13
Hoeveel schakelfuncties kunnen er aan één modulaire interface gekoppeld worden?