| 2 . | Hoofdaspecten van de BatiBUS | ![]() |
2.1. Algemene beschrijving van de BatiBUS
Elke busmodule moet een uniek adres hebben. Alle BatiBUS modules zijn apart adresseerbaar. Daartoe wordt gebruik gemaakt van familieadressen en stationsadressen.
Er kan gekozen worden uit 15 familieadressen en 16 stationsadressen.
| Familie | Station |
|---|---|
| 1 | 1 |
| 2 | 2 |
| 3 | 3 |
| 4 | 4 |
| 5 | 5 |
| 6 | 6 |
| 7 | 7 |
| 8 | 8 |
| 9 | 9 |
| 10 | 10 |
| 11 | 11 |
| 12 | 12 |
| 13 | 13 |
| 14 | 14 |
| 15 | 15 |
| F | 16 |
2.2.Adresserings methoden
Directe adressering
Elk busmodule, die met de BatiBUS verbonden is kan herkend worden aan:
| - | het type (uitgangsmodule, temperatuursensor, ...) |
| - | het adres (een nummer tussen 0 en 239, dat is weergegeven in hexadecimale vorm van 11 en FF. Dit kan ingesteld worden met de handwielschakelaartjes, dipswitches, geheugenadressen en dergelijke. |
Wanneer een busmodule hetzelfde adres heeft als een schakelaar, dan is er onderlinge communicatie mogelijk. Op deze adresseringsmethode berust het basisprincipe van de BatiBUS.
Familie adressering.
Directe adressering is mogelijk met de adressen van 0 tot 239. In feite zijn er 256 mogelijke adressen beschikbaar. De eerste 240 zijn reserverveerd voor de directe adersseringmethode, de volgende 15 zijn bedoeld voor adressen binnen een familiestructuur. De 256e is bestemd voor algemeen gebruik.
Al deze 256 adresnummers worden weergegeven door 1 byte. Dit byte wordt verdeeld in twee groepen van 4 bits, waardoor er 16 x 16 = 256 mogelijkheden ontstaan.
Elke groep van 4 bits (digit) is in te stellen met duimwieltjes. Bijvoorbeeld, een instelling kan zijn met de adressen 2/1, 2/16 of 13/3, enzovoort.
Wanneer bij de direct adresseringsmode een opdracht wordt verstuurd naar alle actuators van het type X bij ingesteld familieadres 5, dan wordt dit ontvangen door alle aangesloten busmodules van type X die ingesteld zijn met 5 als eerste digit. In dit voorbeeld, de actuatoren 5/1, 5/2, .... 5/16 zullen aangesproken worden.
Als sommige actuatoren per zone aangestuurd moeten worden (verdieping, kamer) dan is het wenselijk dat de adressen in dezelfde familie ingesteld worden, dat wil zeggen adressen die beginnen met hetzelfde nummer.
Algemene adressering voor een bepaald nummer.
Als een bericht bedoeld is voor alle aangesloten busmodules van een bepaald type, dan is het efficiënter om ze allemaal in één keer aan te roepen. Dit is mogelijk met het 256e adres (F/16). Dat houdt in dat er niet een bepaald adres ingesteld is. Dus een bericht bedoeld voor alle busmodules van type X en met ingesteld adres F/16 wordt verstuurd en dan ook ontvangen door alle busmodules van hetzlefde type X. Bijvoorbeeld, een schakelaar met adres F/16 kan alle lampen van een etage uitschakelen.
"All type" adressering voor een bepaald adres.
Het is ook mopgelijk om alle busmodules (ongeacht het type) aan te roepen. Bijvoorbeeld, een busmodule van het type X met als ingesteld adres 2/1 kan een bericht ontvangen. Maar dit kan ook gelden voor module Y met hetzelfde adres 2/1. Echter, module Y met adres 2/2 zal niet hierop reageren.
2.3. Structuur
BatiBUS is een seriële bus, met andere woorden de informatie is gecodeerd al een reeks van bits. Deze reeks wordt achter elkaar verstuurd, het enebitje na het andere over de beide BatiBUS draden. Het gehele bitpatroon is opgeslagen in een zogenaamd frame.
Dit BatiBUS frame heeft de volgende structuur:
Msg
message type
5 bits
Ack
acknowledgement request
1 bit
Ext
extension code
3 bits
Dest
destination code
5 bits
Emet
source type
5 bits
Lg
frame length
5 bits
@dest
destination address
8 bits
@emet
source address
8 bits
Emsg
message type extension
8 bits
Edest
destination type extension
8 bits (optional)
Eemet
source type extension
8 bits )
Tae
extended adressing type
8 bits )
Eng
group number extension
8 bits )
Eadr
Address extension
8 * m bits
Ico
Manufacturer identification
8 bits
Data
Data bytes
8 * n bits ((e+m+3+n) < 26)
CKS
checksum
16 bits
totaal: 56 frame structuur bits
3* (7 + e + m + 3 + n) synchronisatiebits
8 * n databits
Het message type vertelt iets over de inhoud van het frame, bijvoorbeeld wat over het "temperatuurmeetbereik" of "opdracht voor een binaire uitgang".
De acknowledgement request is een bitje dat de ontvanger vertelt of de boodschap bevestigd moet worden of niet.
De extension code wordt nu nog niet gebruikt, maar kan in de toekomst wel benut worden. Hierdoor kunnen meer dan 240 adressen benut worden.
Het destination type geeft de code van de zender weer.
Het source type geeft de code van het moduletype weer waarvoor het bericht bestemd is.
De framelengte wordt vastgelegd in het frame zelf, zodat grootte veranderingen ook aan de busmodules doorgegeven worden.
Het ontvangstadres en het verzendadres zijn de adressen tussen de 1 en de 255.
De data wordt vastgelegd in een set van bytes ( 8 bits). De lengte van het dataveld mag niet meer dan 25 bit bedragen.
De checksum is een controleveld. Hiermee wordt bepaald of de rest van het veld foutloos is.
BatiBUS is een asynchrone bus. Het frame wordt niet in een keer in zijn geheel verstuurd, maar opgedeeld in karakters.
Elk karakter wordt achter elkaar verstuurd en voorzien van een startbit, dan 8 databits, een pariteisbit en een stopbit, dus totaal 11 bits per keer.