
- Industriëel
ASI-bus, Batibus, Profibus en ARCnet
- Automotief
CAN-bus en ABUS
- Gebouwen
Profibus, EIBus en Batibus



Figuur 3.1 logo's van enkele systemen
Zoals hierboven blijkt zijn er bussystemen die in meerdere deelgebieden ingezet kunnen worden. Het verschil is dan alleen merkbaar in het soort componenten dat op de bus is aangesloten.
3.2 Indeling in niveau
Binnen de verschillende toepassingsgebieden kan er nog onderscheid gemaakt worden naar niveau. Dit wordt ook wel hiërarchie in functionaliteit' genoemd. Een produktieproces binnen de industrie kan hiervoor als voorbeeld gebruikt worden. Op het laagste niveau binnen dit proces bevinden zich de sensoren en de actuatoren. De bus die deze sensoren en actuatoren met de besturing(PLC) verbindt, wordt daarom wel de sensor/actuator-bus genoemd. Op een hoger niveau binnen het produktieproces vindt de communicatie tussen de verschillende besturingseenheden (PLC's) plaats. De bus die deze communicatie verzorgt wordt wel de veldbus genoemd. Verder vindt er nog communicatie plaats vanuit het produktieproces naar het management, de in- en verkoopafdeling etc. Deze communicatie vindt doorgaans plaats via een LAN (Local Area Network) of bij grote fabrieken zelfs via een WAN (Wide Area Network).
Op welk niveau een bussysteem ingezet kan worden wordt bepaald door de eigenschappen van dit systeem. Hierna volgt een korte toelichting op de verschillende niveaus in bussystemen en de specifieke kenmerken en eigenschappen die voor dat niveau belangrijk zijn.

produktieproces en verschillende bus-niveaus
De sensor/actuatorbus
Op het laagste niveau in een produktieproces zijn het de sensoren die de veranderingen in het proces detecteren en dit doorgeven aan de besturingseenheid. De besturingseenheid verwerkt deze signalen en stuurt vervolgens de actuatoren aan. Dit alles moet zeer snel gebeuren. Het komt nog al eens voor dat machines in een produktieproces zo snel bepaalde handelingen uitvoeren dat het met het oog niet meer te volgen is. De transportsnelheid van de sensor/actuator-bus moet daarom zeer hoog zijn en ook de reactietijd mag niet te lang zijn. Deze twee zaken worden sterk bepaald door de lengte van de buskabel en de grootte van de per transactie over te brengen informatie. De maximum lengte van de kabel is hierdoor beperkt. Dit geeft in de praktijk echter weinig problemen omdat de besturingseenheid in de meeste gevallen dicht bij de sensoren en actuatoren geplaatst wordt. Ook de omvang van de informatie van sensoren en actuatoren geeft geen problemen. Signalen als aan, uit, open en dicht vergen weinig bits.
Verder dient gekeken te worden naar eigenschappen als;
- mogelijkheid tot voeding over de bus;
- maximum aantal aansluitingen (nodes);
- kostprijs van de kabel;
- kostprijs van de componenten;
- mogelijkheid tot aansluiten van conventionele componenten.
De veldbus
De verschillende machines in een proces hebben vaak ieder een eigen besturingseenheid of PLC. De veldbus dient er voor om deze verschillende machines tot één samenhangend proces te vormen. Dit wordt ook wel remote I/O genoemd. De afmetingen van de berichten is op dit niveau groter dan bij de sensor/actuatorbus. Het tijd kritische element speelt ook hier een rol alleen in mindere mate dan bij de sensoren en actuatoren. Ook moet er vaak een grotere afstand afgelegd worden. Voeding over de bus is hier onmogelijk.
De procesbus of celbus
Dit niveau wordt alleen toegepast wanneer er sprake is van een produktieproces van grote omvang. Deze bus wordt gebruikt voor de communicatie tussen de verschillende cellen in het produktieproces.
Fabrieksnetwerk of Local Area Network (LAN)
Binnen een volledige fabriek of bedrijf kan communicatie plaats vinden tussen de processen via de fabrieks-LAN'. Heeft een bedrijf meerdere vestigingen die onderling gekoppeld zijn dan wordt er gesproken over een WAN.
De berichten die over dit netwerk verstuurd worden kunnen opdrachten zijn van het management naar de produktie afdeling of een terug melding vanuit het produktieproces naar de afdeling verkoop of naar het magazijn.
Op dit hoogste niveau wordt aan het datatransport heel andere eisen gesteld. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
Verschillende protocollen
Het protocol waar deze bussystemen gebruik van maken, kan sterk verschillen. Over het algemeen kan gezegd worden dat de sensorbus en de veldbus autonoom werken en weinig netwerkkennis vergen. Ze werken volgens het "plug & play" principe. Deze bussystemen worden cyclisch aangestuurd, inputs lezen, outputs zetten, inputs lezen, etc.
Op de hoogste niveaus hebben we te maken met een berichten georiënteerd bussysteem. Dit type bus is speciaal toegespitst op het versturen van grote hoeveelheden data (tientallen-honderden) bytes. Deze systemen zijn "multi master". Dit houdt in dat iedereen met iedereen kan communiceren. De meeste van deze systemen werken volgens het token ring' principe waarbij iedere master om de beurt de mogelijkheid krijgt tot communiseren. (Zie hiervoor ook hoofdstuk 4.3.2). Deze systemen zijn wel veel complexer dan de bussystemen van de lagere niveaus, maar er zijn meer mogelijkheden tot communicatie. Wel wordt er van de gebruiker meer netwerkkennis vereist.
3.3 Overzicht bussystemen
Bussystemen zijn nagenoeg allemaal ontwikkeld met als doel het gebruik in een bepaald toepassingsgebied. Bij de ontwikkeling van een bussysteem zijn keuzes gemaakt wat betreft de toepasbaarheid binnen een bepaald gebied. De ontwerpkeuzes hebben betrekking op de toelaatbare lengte van het bussyteem/netwerk, het aantal aansluitpunten (nodes), de fysieke snelheid, de mate van foutdetectie en vooral de functie op applicatieniveau.
Om bussystemen/netwerken met elkaar te kunnen vergelijken moet met deze zaken rekening gehouden worden.
Uit het grote aanbod van bussystemen zijn er enkelen geselecteerd welke in tabelvorm met elkaar vergeleken zullen worden.
. . . . netwerk
bussysteem
procesnetwerk
veldbus
sensor/actuatorbus
ASI
================
Batibus
====================
Bitbus
==========================================
CAN
==================================
DIN-meßbus
==================
EIBus
=========================
FIB
=============================================
I2C
==================================
Interbus-S
==================================
LON
============================================
P-NET
============================================
Profibus
============================================================
Suconet
==============================
3T-NET
=======================================
ABUS
================
ARCnet
==============================================
DOT-Net
==================================
Mini-Map
========================
OPUS
================
SAE J1850
================
SERCOS
==================
Tabel 3.1
Tabel 3.1 geeft een overzicht van een aantal bekende en minder bekende bussystemen. De lijn achter ieder bustype geeft de geschiktheid aan voor een bepaald niveau in het geautomatiseerde proces.
Zoals wel blijkt uit de bovenstaande tabel bestaat er geen netwerk dat geschikt is voor elke toepassing. Het vergelijken van verschillende netwerken is daarom alleen zinvol wanneer de toepassing bekend is. Globaal kan echter het onderscheid in toepassingsgebied, zoals dat in hoofdstuk 3.2 gemaakt is, gebruikt worden.
responsie/ snelheid
bericht grootte
bus acces
medium
foutdetectie
ASI
max 5 ms
max 150 kB3 bit
master/slave
symmetrisch
geen
Bitbus
62,5/ 375 kB
0 - 250 byte
master/slave
RS485
16 bit CRC
CAN-Bus
max 1 MB
0 - 8 byte
CSMA/BA
RS485 / asym.
16 bit CRC
DIN-meßbus
0,1 - 19,2 kB
0 - 128 ASCI chars.
master/slave
2 x RS485
byte en blok
pariteit
FIP
31k/1M/2MB
onbekend
master/slave
RS485
onbekend
I2C-bus
100/ 400 kB
onbekend
CSMA/BA
2 draads
geen
Interbus-S
500 kB
8 of 16 bit
tijdmultiplex
4 x symetrisch
16 bit CRC
LON
4,8k/9,6k/
78k/1,25 MBonbekend
CSMA/CD
RS485/lichtnet
enz.16 bit CRC
P-Net
76,8 kB
0 - 56 byte
virt.token
RS485
16 bit
checksum
Profibus
9,6 - 500 kB
1 - 249 byte
token bus
RS485
8 bit
checksum
Suconet
187,5 kB
2 - 3600 byte
master/slave
RS485
byte en blok
pariteit
Tabel 3.2
In tabel 3.2 zijn vergelijkbare specificaties van netwerken geschikt voor een industriële omgeving vermeld, terwijl tabel 3.3 netwerken geschikt voor gebouwenautomatisering vergelijkt.
aantal nodes
topologie
medium
minimale snelheid
EIB-systeem
11520
boom / bus
symetrisch
9,6 kB
Batibus
256 via Backbone tot 60000
boom / bus
asymetrisch
4,8 kB
FIP
24000 mess. ID's
bus
RS485 / fiber
31,25 kB
LON
127 / subnet tot 32385
boom / bus
RS485 / lichtnet
4,8 kB
P-Net
125 en extensie optie
bus / ring
RS485
76,8 kB
Profibus
127
bus
RS485
9,6 kB
Tabel 3.3
3.4 Samenvatting
Bussystemen worden toegepast in de industrie, in voertuigen en in gebouwen. Het aantal verschillende bussystemen is zeer groot. Nadeel is dat de verschillende systemen niet met elkaar kunnen communiceren. Een aantal systemen zijn fabrikant onafhankelijk. Dit zijn o.a. ASI, EIB, BatiBUS en Profibus.
Bussystemen of netwerken kunnen ingedeeld worden in verschillende niveaus. De sensor/actuatorbus op het laagste niveau daarna de veldbus, de procesbus of celbus en als hoogste niveau het fabrieksnetwerk of LAN. Ieder niveau stelt zo haar specifieke eisen aan de bus.
Ook het protocol van de diverse systemen verschilt sterk door de verschillende eigenschappen waar ieder niveau aan moet voldoen.
Met het vergelijken van bussystemen kan gekeken worden naar eigenschappen als; toelaatbare lengte, aantal aansluitpunten, fysieke snelheid, foutdetectie en functie op applicatieniveau.
Hierbij spelen er binnen de industrie weer andere factoren een rol dan binnen de gebouwsysteemtechniek.
3.5 Opgaven
1 Noem enkele gebieden waar bussytemen worden toegepast.
2 Wat is het nadeel van het grote aantal verschillende bussystemen?
Is er ook een voordeel?
3 Geef een verklaring van de aanduiding "hiërarchie in functionaliteit" als het gaat over bussystemen.
4 Noem de verschillende soorten bussystemen voor industriële toepassing ingedeeld naar niveau.
5 Noem vijf eigenschappen die van belang zijn bij de sensor/actuatorbus.
6 Waarvoor wordt de veldbus toegepast en hoe wordt dit ook wel genoemd?
7 Wat is een LAN?
8 Noem enkele functie die een LAN kan hebben binnen een industriëel proces.
9 Wat wordt bij de sensorbus bedoeld met cyclische aansturing?
10 Waarmee moet rekening gehouden worden als men bussytemen met elkaar gaat vergelijken?
11 Noem enkele bussystemen die geschikt zijn als sensor/actuatorbus en ook enkele die geschikt zijn als procesnetwerk.
12 Hoe groot zijn de berichten(telegrammen) bij respectievelijk de ASI-bus, Profibus en Interbus-S?