7..
Opgaven






7.1. Vragen en Opdrachten


1. Noem de drie typen profibus en geef de toepassingsgebieden aan.

2. Geef het verschil aan tussen een 'master' en een 'slave'.

3. Beschrijf hoe de communicatie tussen de master en de slaves verloopt.

4. Beschrijf hoe de communicatie verloopt tussen de masters als er meerdere masters op de bus zijn aangesloten.

5. Welk protocol wordt er bij profibus toegepast?

6. Verzamel gegevens over de werking en eigenschappen van het RS485 protocol en maak daar een verslag van.

7. Verklaar waarom bij lange kabel de baudrate verlaagd moet worden.

8. Verklaar waarom een profibus kabel aan beide einden door middel van een weerstand afgesloten moet worden?

9. Profibus PA wordt toegepast in intrinsiek veilige omgeving. Onderzoek wat dit betekend en maak er een verslag van.

10. Noem de vier verschillende busacties die bij profibus-DP mogelijk zijn.

11. Geef aan wat verstaan wordt onder cyclische en a-cyclische data overdracht.

12. Bouw het netwerk zoals in hoofdstuk 6 is beschreven na.

13. Verander nu het programma uit opgave 12 zodanig dat de ingangen X0 t/m X11 van plc 1 de uitgangen Y11 t/m Y0 van plc 2 schakelen en omgekeerd. Maak eerst een cross list.


14. Bouw een profibus netwerk bestaande uit een master, twee plc's en een profi/asi gateway.

Plc 1, hierop is aangesloten:
X0 is vrijgave,
Y0 is storing (thermische beveiliging is aangesproken).

Plc 2, hierop is aangesloten:
Deze plc bevat het programma voor het proces,
X0 is thermische beveiliging,
Y0 is motorschakelaar,

Gateway, hierop is aangesloten:
Intelligente deelnemer 1, een drukknopkastje met een verlichte in- en uitdrukknop,
Intelligente deelnemer 2, een infrarood sensor 1,
Intelligente deelnemer 3, een infrarood sensor 2,
Intelligente deelnemer 4, signaalarmatuur met een rode, een oranje en een groene lamp.

Werking:
Het proces wordt vrijgegeven door schakelaar X0 op plc 1 in te schakelen. Het proces wordt door op de indrukknop te drukken en uitgeschakeld met de uitdrukknop. De motor gaat draaien als de infrarood sensor 1 wordt geactiveerd. De motor stopt als infrarood sensor 2 geactiveerd wordt. Als de motor stopt door de infrarood sensor 2, dan start deze weer als infrarood sensor 1 weer wordt geactiveerd. Indien tijdens de werking de vrijgave schakelaar uitgezet wordt of de thermische beveiliging wordt geactiveerd, dan moet de motor onmiddellijk stoppen. Hierna moet weer aan de opstart voorwaarde worden voldaan.

Signalering:
Het groene lampje in de indrukknop brandt als de vrijgave schakelaar uit staat. Het rode lampje in de uitdrukknop brandt als op de vrijgave schakelaar in staat en op de indrukknop is gedrukt. De groene signaallamp brandt als de vrijgave schakelaar in staat en niet op de indrukknop is gedrukt. De oranje signaallamp knippert als op de indrukknop is gedrukt en de motor niet draait. Als de motor draait brandt de rode signaallamp.

    Opdracht:
  • Benoem de in- en uitgangsvariabelen.
  • Maak een SFC van het proces.
  • Maak een cross-list van de gebruikte signalen.
  • Configureer de master
  • Programmeer de plc's
  • Bouw de profibus op.
  • Bouw de asi-bus op.
  • Configureer de asi-bus.
  • Test de schakeling.