5 Installatiebussystemen
Zonweringbesturing

5.3 Het EIB-systeem
Het EIB-systeem is ontworpen om toegepast te worden binnen gebouwinstallaties en valt daardoor onder de gebouwsysteemtechniek. Het grote voordeel van dit installatiebus-systeem is dat het een Europees, genormaliseerd systeem is. Meer dan zeventig fabrikanten ondersteunen dit systeem. De componenten van de verschillende fabrikanten kunnen door elkaar gebruikt worden, zodat de beschikbaarheid van componenten geen probleem vormt. EIB staat voor Europese Installatie Bus en is een keurmerk van EIBA s.c., Brussel (European Installation Bus Association). Het EIB-systeem heeft slechts één leiding voor de besturing, waarbij de busdeelnemers over één aderpaar met elkaar kunnen communiceren. Dit betekent vereenvoudigde leidingloop en minder kosten aan stuurleidingen. De sterkstroomleidingen worden niet meer als stuurleidingen gebruikt, maar alleen nog als voeding van elektrische verbruiksapparatuur.
5.3.1 Systeem beschrijving
Het EIB-systeem is een systeem met zogenaamde decentrale intelligentie'. Dit wil zeggen dat er geen centrale computer is die alles stuurt en controleert, maar dat iedere deelnemer een eigen intelligentie heeft in de vorm van een microprocessor en geheugen. Voor het programmeren is een PC met speciale software vereist. Om zowel in kleine als in zeer uitgebreide installaties toegepast te kunnen worden is het EIB-systeem hiërarchisch opgebouwd. Deze opbouw is als volgt:
Buslijn
Op één lijn kunnen maximaal 64 deelnemers aangesloten worden.
Hoofdlijn
Op één hoofdlijn mogen maximaal 12 buslijnen aangesloten worden. De verschillende buslijnen worden doormiddel van lijnkoppelaars met de hoofdlijn verbonden. Deze buslijnen vormen tesamen met de hoofdlijn één zone of ook wel bereik genoemd.
Zonelijn
Op de zonelijn mogen maximaal 15 zones aangesloten worden. De verschillende zones worden door een zonekoppelaar met de zonelijn verbonden
Het aantal deelnemers komt hierbij op maximaal 64 x 12 x 15 = 11 520 deelnemers
De voeding voor de bus is 28 V gelijkspanning en per lijn is er een voedingsapparaat nodig.
De lijn- en de zonekoppelaar vormen een galvanische scheiding. Hierdoor hebben storingen binnen één lijn alleen gevolgen voor die betreffende lijn terwijl de rest van de installatie goed blijft functioneren.
Als topologie voor het EIB-systeem mag de boomstructuur gebruikt worden. Wel moet men er op letten dat er geen ring gevormd wordt of dat er een doorverbinding komt tussen twee verschillende lijnen.
De deelnemers
De deelnemers kunnen we onderscheiden in actuatoren en sensoren. De sensoren worden over het algemeen alleen op de bus aangesloten en betrekken hun benodigde voeding uit de bus. De actuatoren hebben daarentegen ook een sterkstroom aansluiting en betrekken geen energie uit de bus. Enkele op de markt gebrachte EIB-componenten zijn:
sensoren:
drukknop 1- 8 voudig
actuatoren:
schakelactuatoren 1-4 voudig
jaloezie drukknoppen
dimactuatoren
infraroodsensoren
binaire actuatoren
temperatuursensor
jaloezie-actuatoren
helderheidssensor
info-actuatoren
bewegingssensor
stuur-actuatoren
schakelklokken
windsnelheidssensor




5.4 Batibus
Het Batibus-systeem is net als het EIB-systeem ontwikkeld voor de gebouwen automatisering en is van oorsprong ontwikkeld door enkele Franse bedrijven. Inmiddels zijn er ook zo'n 80 firma's aangesloten bij de BatiBUS club international. Ook hier geld dat door de vele participanten binnen het BatiBUS-systeem de beschikbaarheid van componenten gewaarborgd is.
5.4.1 Systeembeschrijving
Net als bij het EIB-systeem heeft bij het Batibus-systeem iedere deelnemer een eigen intelligentie in de vorm van een microprocessor met geheugen. Het BatiBUS systeem kan opgesplitst worden in twee delen:
- het netwerk
- de stations of deelnemers
Door deze splitsing kan het systeem flexibel en modulair worden opgebouwd en zijn de aanvang kosten laag. Het netwerk kan voor een deel ontworpen en geïnstalleerd worden zonder dat de wensen van de gebruiker vooraf bekend zijn (voorbekabeling).
Het netwerk
Voor het BatiBUS netwerk wordt gebruik gemaakt van een afgeschermd getwist ader paar (STP) Voor de topologie van dit net werk kan gekozen worden uit alle mogelijke bekabelingsstrukturen zoals: bus, ster, ring, boom en een combinatie van elk. Op één besturingsnetwerk zijn 240 adressen beschikbaar. Wanneer dit niet voldoende is dan kan het systeem uitgebreid worden door een zogenaamde Back Bone toe te passen. Op deze backbone kunnen 250 besturingsnetwerken aangesloten worden. Ieder besturingsnetwerk wordt via een backbone-module aan de backbone gekoppeld. Deze backbone-module heeft tevens een RS232 uitgang. Op deze uitgang kan een PC aangesloten worden om het geheel te programmeren. In totaal kan het systeem uitgebreid worden tot meer dan 60.000 I/O's.
Het installeren van een BatiBUS netwerk moet voldoen aan de BatiBUS norm.
- kabelweerstand < 12 ohm
- kabelcapaciteit < 250 nf
- DC < 300
opm.: dc is een constante, die wordt gebruikt om de kabelcapaciteit te berekenen. deze waarde wordt in de datasheet vermeld.
De voedingsspanning van het netwerk is 15 V gelijkspanning en per besturingsnetwerk is een voedingsapparaat nodig.
De stations
Wanneer bekend is welke functies via het BatiBUS-systeem gerealiseerd moeten worden kunnen er producten gekozen worden van de leveranciers die zijn aangesloten bij de BatiBUS club international. Een dergelijk product vormt een station op het BatiBUS netwerk. Een station kan over meerdere aansluitpunten beschikken met ieder een eigen functietype. (een 2 IO moduul heeft 2 digitale ingangen en 2 digitale uitgangen). Om de aansluitpunten van hetzelfde type te kunnen benaderen wordt ieder aansluitpunt voorzien van een uniek adres. Het instellen van dit adres gebeurt, afhankelijk van het product, door middel van duimwiel-schakelaars of softwarematig via een PC
Enkele typen stations zijn:
- IO module 2 - 8 (dit getal staat voor het aantal in- en uitgangen)
- ingangsmodule 2 - 4 voudig (past in een inbouwdoos achter bestaand schakelmateriaal)
- Intelligente Relais Unit IRU
- Infrarood ontvanger voor afstandbediening
- Infrarood bewegingsmelder
- licht/temperatuur sensor
- menu module met vier RS232 uitgangen voor de aansluiting van PC en / of modem
- Bus Control Panel met:
RS232 uitgang voor PC
een aantal vrij programmeerbare drukknoppen en LED's
een alfanummeriek display van 2 regels.
- Synoptiek module voor centrale bediening en signalering.
Op deze Synoptiek module kunnen diverse lampjes (LED's) en drukknoppen aangesloten worden die in en plattegrond ingebouwd kunnen worden.

5.5 Nikobus
Het Nikobus-systeem is in tegenstelling tot de twee voorgaande systemen een fabrikant gebonden systeem. Het is speciaal ontwikkeld om toegepast te worden in woningen en andere kleinere gebouwen. De opzet er van is dusdanig dat er geen moeilijke apparatuur en software bij nodig is. Het programmeren gebeurt middels twee drukknoppen en een schroevendraaier.
5.5.1 Systeembeschrijving
Het hart van het Nikobus-systeem bestaat uit een schakel- of rolluikmodule met 2 x 6 relais uitgangen die direct de verbruikers schakelen. In deze schakel- of rolluikmodule bevindt zich de intelligentie van het systeem gebaseerd op microprocessor techniek. Alle sensoren (schakelaar, bewegingsmelder, winddetector, glasbreukmelder, enzovoort) worden via een twee-aderige busleiding op de schakelmodule aangesloten. Per module kunnen 256 sensoren aangesloten worden. De schakelmodule kan gezien worden als een 2 x 6 voudige schakelactuator. Alle 230V apparaten, wandcontactdozen of verlichtingsarmaturen worden direct geschakeld door deze module. Voor het 230V gedeelte is er dus sprake van een sterbekabeling.

Technische gegevens
Buslijn
twee draadstechniek
Voedingsspanning bus
9V gelijkspanning (SELV-keten)
Bus-topologie
lijn-, ster- en boomstuctuur
Afstand deelnemer - verdeelkast
350 m.
Afstand deelnemer - deelnemer
750 m.
Max. buslengte totaal
1000 m.
Adressering
vast voorgeprogrammeerd (niet te wijzigen)
Max. aantal sensoren
256 per module.
Max. aantal te koppelen modules
20
Montage stuurmodules
zowel centraal als decentraal in een verdeelkast.

Bus-deelnemers
Niko heeft een beperkt aantal busdeelnemers op de markt gebracht.
drukknoppen:
De meest gebruikte zijn de drukknoppen, deze zijn er in 1, 2 en 4-voudige uitvoering. Het voordeel van deze drukknoppen is dat er, door de platte uitvoering, voor meerdere drukknoppen naast elkaar maar één inbouwdoos nodig is.
interface:
Verder zijn er ook nog een tweetal zeer compakte interfaces bedoeld om in te bouwen in standaard (waterdicht) schakelmateriaal. Ook andere standaard sensoren kunnen door middel van een interface-print met de bus gekoppeld worden.
bewegingsmelder
thermostaat
schemerschakelaar
RF-ontvanger:
Niko heeft een tweetal draadloze RF-schakelaars. Eén voor vaste montage daar waar bedrading onmogelijk is en één voor handbediening. Op één RF-onvanger kunnen meerdere RF-zenders werken.
windsnelheidsmeter
schakelklok


5.6 Samenvatting
Introductie van bussystemen binnen de gebouwsysteemtechniek is het gevolg van een toename van allerlei elektrisch- en elektronisch gestuurde gebouwfuncties zoals:
- verlichtingsregeling
- zonnewering besturing
- verwarming- en klimaatregeling
- beveiliging
- energiebesparing
Het grote voordeel van een bussysteem is dat communicatie tussen deze verschillende functies mogelijk is.
Het EIB-systeem is een fabrikant onafhankelijk systeem met vele mogelijkheden. Het is een decentraal systeem dus iedere deelnemer heeft eigen intelligentie. Voor het functioneren van de bus is geen centrale computer nodig. Voor het programmeren is een PC met speciale software vereist.
Het BatiBUS-systeem toont veel gelijkenis met het EIB-systeem. Het aantal mogelijkheden is echter iets minder. Wel is het systeem ook fabrikant onafhankelijk. Het programmeren van de deelnemers gebeurd met behulp van duimwielschakelaars of met behulp van een PC met speciale software.
Het Nikobus-systeem is een fabrikant gebonden systeem. Op de bus worden alleen de sensoren aangesloten. Het systeem is half centraal. De intelligentie bevindt zich centraal in het (de) schakel-/rolluikmodu(u)l(en). Het systeem is beperkt in zijn mogelijkheden en alleen bedoeld voor toepassing in woonhuizen en andere kleine gebouwen.
5.7 Opgaven
1 Noem enkele ontwikkeling binnen de gebouwsysteemtechniek die hebben bijgedragen aan de introductie van bussystemen in gebouwen.
2 Noem enkele voordelen van het bussysteem als deze bestemd is voor meerdere gebouwfuncties in vergelijk met afzonderlijke conventionele installaties
3 Noem de voordelen van verlichtingsregeling met behulp van een bussysteem.
4 Noem nog enkele elektrisch bediende gebouwfuncties die via een bussysteem gerealiseerd kunnen worden.
5 Op welke manier kan een bussysteem een bijdrage leveren in de energiebesparing?
6 Wat wordt bij het EIB-systeem bedoeld met decentrale intelligentie' en wat heeft dit voor voordelen?
7 Geef in het kort weer hoe een EIB-systeem opgebouwd kan worden. Geef ook de maximale mogelijkheden.
8 Noem een voordeel van het gebruik van lijn- en zonekoppelaars.
9 Noem enkele sensoren en actuatoren die voor het EIB-systeem verkrijgbaar zijn.
10 In welke twee delen kan het BatiBUS-systeem opgedeeld worden?
11 Hoe is de opbouw van het BatiBUS netwerk en welke eisen worden aan de kabel gesteld?
12 Noem enkele typen stations die voor het BatiBUS-systeem op de markt zijn.
13 Voor welk marktsegment is de Nikobus ontwikkeld?
14 Wat is het verschil van de deelnemers van het Nikobus-systeem ten opzichte van die van het EIB-systeem. Noem nog enkele verschillen tussen deze systemen.