4. Industriële bussystemen.
4.2 AS-i-bus
De AS-i-bus (Actuator and Sensor Interface) is een ontwikkeling van een consortium van Europese fabrikanten van sensoren, actuatoren, PLC's en kabelsystemen. Deze fabrikanten zijn verenigd in de 'AS-i association'. De rol van deze associatie is:
Certificering en logo
Fabrikanten van sensoren, actuatoren, PLC's en kabelsystemen die apparatuur voor AS-i willen produceren en die zich houden aan het AS-i concept kunnen hun waren laten testen en certificeren door de AS-i association. Bij certificering van de apparatuur mag het As-interface logo op het product gevoerd worden. Als je materiaal koopt dat voorzien is van het As-I logo weet je zeker dat het voldoet aan de AS-i standaard.
Als gebruiker ben je dus niet gebonden aan een fabrikant.
Kenmerken
Het initiatief tot de ontwikkeling van het AS-i systeem is gebaseerd op de behoefte aan een goedkope verbinding van binaire sensoren en actuatoren in een zogenaamde veldtoepassing. Er was behoefte aan een eenvoudig en snel systeem. Andere systemen waren te uitgebreid en daardoor ook vaak te duur. AS-i is van het master-slave type.
Een aantal specifieke kenmerken waaraan de AS-i bus voldoet zijn:

De belangrijkste doelstellingen
van AS-i zijn het verminderen van de bekabeling, het verbeteren van de mogelijkheden tot systeemintegratie en het verhogen van de flexibiliteit. Hierdoor nemen de kosten voor installatie en onderhoud af. De 'master' bevat de systeemprogrammatuur en vraagt binnen een ciclustijd van 5 ms achtereenvolgens alle 'slaves' af. Het systeem is eenvoudig: de master-software is universeel (geen programmeerwerk aan de 'master' of 'slave'). De opbouw van het net met 'slaves' is eenvoudig en sluit bedradingsfouten vrijwel uit. Met een speciaal ontwikkelde gele kabel zijn de 'slaves' middels vampierklemmen rechtstreeks op de kabel te prikken. Het is mogelijk de 'slaves' later weer te verwijderen omdat de kabel zelfafdichtend is. Het netwerk voorziet ook in de energievoorziening van de sensoren en actuatoren, waardoor inzet van zeer compacte componenten mogelijk is.
Alleen als deze componenten teveel energie vragen kan een aparte voeding en zwarte AS-i voedingskabel toegepast worden. AS-i is als systeem opgezet, zodat kabels, connectoren, behuizingen en dergelijke gestandaardiseerd zijn, wat de opbouw van een netwerk vergemakkelijkt. De beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van het systeem zijn hoog. Fouten in het net worden meteen herkend door continu bewaking van net en periferie. Intelligente sensoren en actuatoren kunnen zichzelf testen. Alle componenten kunnen onafhankelijk van fabrikaat in een net met elkaar communiceren. Door toepassing van koppelingen of gateways is AS-i ook te koppelen met netwerken van hogere orde. Het AS-i systeem kent een grote ongevoeligheid voor uitwendige elektrische stoorinvloeden in industriële omgevingen.

4.3.1 Inleiding
PROFIBUS is in Europa het meest gebruikte open veldbus systeem. Het systeem is gestandaardiseerd in de EN50170 (EN=Europese Norm). PROFIBUS is ook beschreven in de Duitse norm DIN19245. Daardoor kunnen componenten van verschillende fabrikanten, mits ze aan EN50170 voldoen, door elkaar heen worden gebruikt. Er zijn drie PROFIBUS versies, DP, FMS en PA.
PROFIBUS-DP
(Decentral Periphery):Heeft een hoge snelheid en lage aansluitkosten. Is bedoeld voor communicatie tussen geautomatiseerde procesbesturingssystemen (zoals PLC's) en de in het proces verspreidde in- en uitgangen (ook wel decentrale periferie genaamd).
PROFIBUS-FMS
(Fieldbus Message Specification):Is ontworpen voor de communicatie tussen PLC's, PC's, enzovoorts onderling.
PROFIBUS-PA
(Proces Automation):Speciaal ontworpen voor de procesautomatisering. Communiceert met sensoren (opnemers) en actuatoren (kleppen, enz.) ook in intrinsiek-veilige gebieden. Het is mogelijk om zowel de gegevens als de voeding over twee draden te transporteren (volgens IEC 1158-2).
4.3.2 Stations:
PROFIBUS werkt met twee soorten stations:
Afb. 4.3
Er kunnen meerdere masters zijn die om de beurt de communicatie op de PROFIBUS besturen. Zij geven hiertoe de zogenaamde token (een telegram van een aantal bits)aan elkaar door (vergelijkbaar met een estafettestokje). Binnen een te configureren tijd hebben alle masters de token een keer gehad.
De master die de token heeft kan:
De slave kan alleen:
Een slave kan dus nooit zelf beginnen met communiceren.
Een master kan alleen beginnen met communiceren als hij de token heeft.
4.3.3 Segmenten:
De stations worden aangesloten op segmenten.
Zogenaamde repeaters kunnen meerdere segmenten aan elkaar koppelen.
Een segment zonder stations heet koppelsegment.
Afb. 4.4
4.3.4 Transmissie techniek:
Er zijn drie verschillende transmissie technieken bij PROFIBUS mogelijk; RS485, glasvezel of IEC 1158-2. Welke toegepast wordt is afhankelijk van de benodigde betrouwbaarheid, de te overbruggen afstand en de gewenste transmissie snelheid. RS485 Deze wordt in de praktijk het meest toegepast. De eigenschappen zijn: - hoge transmissie snelheid (9,6 Kbit/s - 12 Mbit/s); - maximale afstand afhankelijk van de snelheid zie tabel;
Baudrate
Segment met stations
Koppelsegment zonder stations
(Kbit/s)
(m)
(m)
9,6
1200
3300
19,2
1200
2800
93,75
1200
2000
187,5
1000
1600
500
400
1200
1500
200
400
12000
100
Deze tabel is gebaseerd op een kabel met de volgende eigenschappen:
impedantie:
135-165 ohm
draad diameter: 0,64 mm
capaciteit:
draad doorsnede:
>0,34 mm2
kring weerstand:
110 Ohm/km
een simpele kabel, namelijk afgeschermd getwist paar.
De afscherming is nodig in gebieden met elektromagnetische storingen.
De afscherming moet aan beide uiteinden van de kabel geaard worden.
Is er geen EM storing dan kan de afscherming zelfs vervallen;
Glasvezel
Glasvezel kabels worden voor PROFIBUS gebruikt:
Er zijn twee soorten glasvezel:
Het is eenvoudig om van RS485 naar glasvezel en omgekeerd over te gaan. Veel fabrikanten leveren daarvoor namelijk speciale bus connectors.
IEC 1158-2 voor PROFIBUS-PA
Transmissie kabels die aan de IEC 1158-2 voldoen zijn geschikt voor gebruik in intrinsiek-veilige gebieden. Dit wordt vereist in de (petro)chemische industrie. Bovendien kunnen de veld apparaten (opnemers, enzovoorts) via deze kabel gevoed worden. Veld apparaten met een eigen voeding mogen alleen worden gebruikt als ze zijn geïsoleerd volgens EN 50020
De eigenschappen van IEC 1158-2 zijn:
Verdere eigenschappen zijn:
Voor de PROFIBUS-PA wordt kabel met de volgende eigenschappen aanbevolen:
Het aantal stations dat in een segment kan worden aangesloten is maximaal 32. Dit aantal moet verder omlaag als het vermogen van de voeding van het segment beperkt is in verband met de explosie beschermingseisen van het gebied waarin de PROFIBUS-PA ligt.
4.4 Samenvatting
Besturingssystemen van productieprocessen moeten snel betrouwbaar reageren op de signalen die uit het proces komen.
Bussystemen zijn een onderdeel van het besturingssysteem en bepalen hierdoor mede de betrouwbaarheid.
De keuze van een bussysteem wordt bepaald door de volgende factoren:
- Transportcapaciteit
- Reactie- of responsietijd
- Het aantal aan te sluiten deelnemers
- De lengte van de toe te passen kabel
- Betrouwbaarheid en bedrijfszekerheid
- Standaardisatie
- Hulpmiddelen
- Verkrijgbaarheid diversificatie van producten
- Ondersteuning door de leverancier
- Kosten van aanleg en onderhoud
Alle apparatuur die gecertificeerd is door de AS-i association, is voorzien van het AS-i logo en voldoet aan de standaard.
AS-i bus is een bussysteem op machine niveau waarop actuatoren en sensoren zijn aangesloten.
Een aantal specifieke kenmerken waaraan de AS-i bus voldoet zijn:
- 'single chip' aansluiting voor binaire sensoren en actuatoren;
- per bericht 4 bit data;
- cyclustijd < 5 ms;
- master-slave protocol;
- 1 master;
- maximaal 31 slaves (t/m 124 binaire sensoren en actuatoren);
- externe, elektronische adres instelling;
- bus- en boomtopologie;
- verbindingslengte tot 100 meter zonder repeater;
- onafgeschermde 2-draadsverbinding voor data en stroomvoorziening;
- directe integratie in digitale sensoren en actuatoren;
- lage kosten per aansluiting op de AS-i-bus.
Profibus is een bussysteem dat meer op veld niveau wordt toegepast. Ook op het proces niveau is PROFIBUS toe te passen.
Er zijn drie PROFIBUS versies, DP, FMS en PA.
PROFIBUS-DP (Decentral Periphery):
Heeft een hoge snelheid en lage aansluitkosten. Is bedoeld voor communicatie tussen geautomatiseerde procesbesturingssystemen en de in het proces verspreidde in- en uitgangen.
PROFIBUS-FMS (Fieldbus Message Specification):
Is ontworpen voor de communicatie tussen PLC's, PC's, enzovoorts onderling.
PROFIBUS-PA (Proces Automation):
Speciaal ontworpen voor de procesautomatisering. Communiceert met sensoren (opnemers) en actuatoren (kleppen, enz.) ook in intrinsiek-veilige gebieden.
PROFIBUS werkt met twee soorten stations:
- actieve, ook wel masters genoemd. Dit zijn PLC's, PC's, enzovoorts.
- passieve, de slaves. Hieronder vallen in- en uitgangseenheden, opnemers, kleppen, aandrijvingen.
Ook zijn hierbij drie verschillende transmissie technieken mogelijk;
- RS485,
- Glasvezel
- IEC 1158-2.
4.5 Opgaven
1
Noem de factoren die de keuze van een bussysteem bepalen.
2
Noem de rol van de AS-I association.
3
Noem de kenmerken van het AS-I bussysteem.
4
Noem voor-en nadelen van het AS-I bussysteem.
5
Maak via internet verbinding met http://www.as-interface.com en bestudeer de doelstellingen van AS-International.
6
Noem drie typen PROFIBUS en geef van elk type het toepassingsgebied aan.
7
In tegenstelling tot AS-I bus kunnen bij PROFIBUS meerdere masters op de bus worden aangesloten. Beschrijf hoe de communicatie tussen de masters verloopt.
8
Noem de drie transmissie technieken die bij PROFIBUS toegepast kunnen worden en geef aan welke kabels hierbij toegepast worden.
9
Wanneer moet afgeschermde kabel worden toegepast?
10
Maak een internet verbinding met http://www.profibus.com/ en bestudeer de doelstellingen.